Paragraaf Financiering
Algemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - AlgemeenDe paragraaf financiering geeft inzicht in het financieringsbeleid. We gaan in op bestaand beleid, het risicobeheer, schatkistbankieren, de financieringsbehoefte, de ontwikkeling van de leningenportefeuille, de rente-toerekening, onze rentevisie, het EMU-saldo en de liquiditeitsplanning.
Bestaand beleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Bestaand beleidIn de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn kaders gesteld voor een verantwoorde en prudente inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. De gemeentelijke kaders voor de financieringsfunctie zijn daarnaast opgenomen in de Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2026. In de vastgestelde versie van het treasurystatuut zijn de beleidsmatige uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd.
Risicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RisicobeheerHet risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het treasurystatuut staan richtlijnen en limieten die de basis vormen voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet Fido normen voor het beperken van risico’s. De belangrijkste risicocategorie is het renterisico. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn belangrijke richtlijnen om renterisico’s te beperken. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een rentetypische looptijd tot één jaar. De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een rentetypische looptijd langer dan één jaar. Het doel van deze normen van de Wet Fido is te voorkomen dat bij (her)financiering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote verschillen optreden in de hoogte van de rente die onze gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico's. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van de begrote lasten. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal mogen bedragen. De norm is een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het wettelijk maximum aan leningen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet staat onze gemeente in 2027 toe de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 8,014 miljoen te dekken met kortlopende geldleningen. Zodra we verwachten dat de kasgeldlimiet langer dan twee kwartalen wordt overschreden, trekken we een langlopende geldlening aan. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico’s. Die ontstaan door het aangaan van overmatig korte termijnfinancieringen. In geen enkel begrotingsjaar is de financieringsbehoefte ingevuld via het aantrekken van kort geld.
Renterisiconorm
De renterisiconorm geeft het feitelijke renterisico weer op de langlopende geldleningen die we hebben aangetrokken. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Voor de periode 2027-2030 is voor onze gemeente de volgende ruimte onder de risiconorm te berekenen:
| Renterisiconorm (x € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| 1 Renteherziening | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2 Aflossingen | 2.072 | 2.972 | 3.823 | 4.423 |
| 3 Renterisico (1 + 2) | 2.072 | 2.972 | 3.823 | 4.423 |
| 4 Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) | 18.854 | 18.250 | 18.517 | 18.583 |
| Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) | 16.782 | 15.278 | 14.694 | 14.160 |
Koersrisico
De doelstelling van het koersrisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van onze gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Onze gemeente bezit de volgende aandelen:
| Deelneming (x € 1.000) | aantal aandelen | Boekwaarde 1-1-2027 |
| Alliander | 673.371 | 48 |
| Cyclus | 40.303 | 282 |
| BNG | 36.348 | 75 |
| Warmtebedrijf Langeraar | 100 | 1.300 |
| Oasen | 29 | 5 |
| Totaal | 1.710 |
Het risico dat de intrinsieke waarde van de aandelenportefeuille daalt tot onder de boekwaarde is verwaarloosbaar klein.
Liquiditeitsrisico
De doelstelling van het intern liquiditeitsbeheer is het beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. Onze gemeente beschikt over een meerjarige liquiditeitsplanning.
We werken met een jaarplanning van de liquide middelen, waarbij we per maand een prognose afgeven.
Kredietrisico/debiteurenrisico
De doelstelling van het kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie. Het niet tijdig nakomen van de verplichtingen van de tegenpartij kan gebeuren door insolventie of deficit (niet in staat om schulden af te betalen). Onze gemeente heeft zich garant gesteld voor diverse geldleningen van derden.
Per 1-1-2027 is de situatie als volgt:
| Risico op borgstellingen (x € 1.000) | 1-1-2027 |
| a Totale volume van in borgstelling betrokken geldleningen | 92.731 |
| b Borgstelling gemeente Nieuwkoop | 47.956 |
| Percentage (b / a) | 52% |
Het totale bedrag van de garantstellingen die onze gemeente heeft verleend, is aanzienlijk. De grootste borgstelling is afgegeven voor leningen aan woningbouwverenigingen ad € 65 miljoen. Hiervan staat onze gemeente garant voor 50%. Het betreft een tertiaire zekerheidstelling (achtervang na WSW), waardoor het risico voor onze gemeente gering is. Het saldo van de door onze gemeente verstrekte geldleningen is per 1-1-2027 als volgt:
| Kredietrisico op verstrekte gelden (x € 1.000) | 1-1-2027 |
| a Geldleningen ten behoeve van woningbouw | 0 |
| b Alliander reverse converteerbare aandeelhouderslening | 2.976 |
| c Overige geldleningen | 1.261 |
| Totale volume van verstrekte geldleningen (a + b + c) | 4.237 |
De grootste posten van de overige geldleningen zijn de leningen die verstrekt zijn aan sportverenigingen en aan starters in het kader van huisvesting (€ 1.261.000).
De relatief kleine leningen aan sportverenigingen vormen samen met de leningen aan starters een risico dat de lening niet wordt afgelost en/of de verschuldigde rente niet wordt betaald.
Schatkistbankieren
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - SchatkistbankierenVoor decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij hun overtollige liquide middelen niet mogen aanhouden bij banken, maar in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Gelden tot het drempelbedrag mogen buiten de schatkist worden gehouden. Dit drempelbedrag bedraagt 2% van het begrotingstotaal voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 miljoen met een minimum van € 1 miljoen. Op dit moment (zomer 2026) ligt de dagelijks fluctuerende rentevergoeding op ongeveer 2,19%.
Financieringsbehoefte
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - FinancieringsbehoeftePer 31 december 2027 verwachten we een financieringsoverschot van €466.000. Dit is het verschil tussen enerzijds de beschikbare vaste financieringsmiddelen, die bestaan uit de opgenomen geldleningen, reserves en de voorzieningen (totaal € 169,8 miljoen), en anderzijds de boekwaarde van de investeringen en de grondexploitaties (totaal € 169,3 miljoen).
De ontwikkeling van de financieringsbehoefte wordt gevolgd aan de hand van de meerjarige liquiditeitsprognose. Bij de financiering wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van beschikbare interne financieringsmiddelen. Wanneer aanvullende externe financiering nodig is, trekt de gemeente in de praktijk voornamelijk langlopende geldleningen aan. Nieuwe leningen worden afgestemd op de verwachte liquiditeitsbehoefte, de bestaande leningenportefeuille en de geldende kaders voor het renterisico. Langlopende leningen worden daarbij doorgaans met een looptijd van circa 20 jaar afgesloten.
Kortlopende financiering kan worden ingezet om tijdelijke liquiditeitstekorten op te vangen, binnen de grenzen van de kasgeldlimiet. De gemeente volgt de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt en weegt bij het aantrekken van financiering de looptijd, het renterisico en de financieringskosten tegen elkaar af.
Financieringsbehoefte (x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vaste financieringsmiddelen: |
|||||||
Reserves |
86.725 |
85.211 |
84.049 |
82.969 |
|||
Voorzieningen |
23.274 |
22.573 |
22.996 |
23.420 |
|||
Opgenomen leningen |
59.804 |
73.832 |
82.009 |
82.586 |
|||
Totaal (a) |
169.803 |
181.616 |
189.054 |
188.975 |
|||
Te financieren |
|||||||
Vaste activa |
174.083 |
182.082 |
183.853 |
183.034 |
|||
Grondexploitaties |
-4.746 |
-1.102 |
5.000 |
5.000 |
|||
Totaal (b) |
169.337 |
180.980 |
188.853 |
188.034 |
|||
Financieringsoverschot (a-b) |
466 |
636 |
201 |
941 |
|||
Leningenportefeuille
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - LeningenportefeuilleHet volume van de leningenportefeuille stijgt naar verwachting van € 44 miljoen per begin 2027 naar € 83 miljoen per eind 2030 (zie onderstaande tabel leningenportefeuille).
| Leningportefeuille (x € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Restantbedrag begin boekjaar | 43.876 |
59.804 |
73.832 | 82.009 |
| Aflossingen | -2.072 | -2.972 | -3.823 | -4.423 |
| Op te nemen geldleningen | 18.000 | 17.000 | 12.000 | 5.000 |
| Restantbedrag einde boekjaar | 59.804 | 73.832 | 82.009 | 82.586 |
De aflossingen zijn reguliere aflossingen. In de jaren 2027-2030 zijn geen renteherzieningen. De gemiddelde rente op de leningen bedraagt per 1-1-2027 1,80% en per 1-1-2030 1,75%. Op basis van de verwachte investeringsvolumes denken we in 2027, 2028, 2029 en 2030 in totaal € 52 miljoen aan langlopende leningen te moeten aantrekken tegen een rente die we inschatten op 2,15%.
Renteresultaat en wijze van toerekening
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteresultaat en wijze van toerekeningHet verschil tussen de financieringslasten en -baten (rente) enerzijds en de toerekening daarvan aan producten anderzijds vormt het renteresultaat. Voor 2027-2030 ziet dit er als volgt uit:
| Rente toerekening (x € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Externe rentelasten | ||||
| a Over lange externe financiering | 790 | 738 | 687 | 636 |
| a Over korte externe financiering | -10 | -14 | -4 | -20 |
| a Over toekomstige financiering | 194 | 570 | 882 | 1.064 |
| b De externe rentebaten | -155 | -155 | -155 | -155 |
| Totaal door te rekenen rente (a + b) |
818 |
1.139 | 1.409 | 1.525 |
| c De rente die aan grondexploitaties moet worden doorberekend | 13 | 3 | -14 | -14 |
| c De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Saldo door te rekenen externe rente (a + b + c) | 832 | 1.142 | 1.395 | 1.511 |
| d Rente over eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| d Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| De aan taakvelden toe te rekenen rente (a + b + c + d) | 832 | 1.142 | 1.395 | 1.511 |
| e De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Renteresultaat op het taakveld treasury | 832 | 1.142 | 1.395 | 1.511 |
Rentevisie
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RentevisieBij het aantrekken van nieuwe financiering wegen we de actuele rentestand, de verwachte liquiditeitsbehoefte en het renterisico in samenhang af. Omdat de gemeente een structurele financieringsbehoefte in de praktijk voornamelijk met langlopende leningen invult, volgen we met name de ontwikkeling van de lange rente. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden gedurende het jaar gevolgd om financiering op een passend moment en tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden aan te trekken.
In deze begroting zijn de gehanteerde rentepercentages voor kort en lang geld voorlopig gelijk gehouden op 2,15%, met als doel de financieringskosten zo laag mogelijk te houden, rekening houdend met het risicoprofiel.
EMU - saldo
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - EMU - saldoHet EMU-saldo is het financieringssaldo van de totale Nederlandse overheid. Overschrijdt het EMU-tekort in enig jaar de 3% van het BBP (Bruto Binnenlands Product) dan is een euro-land verplicht maatregelen te nemen om het tekort terug te dringen. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het EMU-saldo moeten gemeenten in de begroting een prognose opnemen van het EMU-saldo van de eigen gemeente. Dit EMU-saldo wordt berekend op kasbasis. Omdat we de gemeentelijke begroting opstellen op basis van het stelsel van lasten en baten moeten we het begrotingssaldo van de gemeente omzetten naar het begrotingsresultaat op kasbasis.
| EMU-saldo (x € 1.000) | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 |
| 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) | -15.006 |
3.023 |
-993 | 956 | 1.416 | 793 |
| 2 Mutatie (im)materiële vaste activa | 12.236 | 25.035 | 4.974 | 15.178 | 742 | -1.427 |
| 3 Mutatie voorzieningen | -1.060 | 543 | 2.922 | 702 | -424 | -424 |
| 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) | -12.549 | -4.341 | 5.126 | 3.644 | 6.102 | 0 |
| 5 Verwachte boekwinst/verlies bij verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Berekend EMU-saldo | -15.753 | -17.128 | -8.171 | -17.164 | -5.852 | 1.796 |
Het geprognosticeerde EMU-saldo over 2027 van onze gemeente is negatief. Dit verhoogt het landelijk EMU-tekort.
Liquiditeitsprognose
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - LiquiditeitsprognoseLiquiditeitsplanning 2027 t/m 2030 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
(Alle bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Beginsaldo 1-1 |
7.097 |
10.230 |
6.138 |
9.007 |
|
Ingaande kasstroom |
|||||
Algemene uitkering |
56.737 |
55.546 |
54.777 |
55.684 |
|
Rijksvergoedingen soc.zaken |
5.559 |
5.559 |
5.559 |
5.559 |
|
Belastingen en heffingen |
22.062 |
22.110 |
22.179 |
22.237 |
|
Grondexploitatie, verkopen |
4.334 |
829 |
0 |
0 |
|
Grondexploitatie, subsidie/bijdr. |
209 |
109 |
109 |
109 |
|
Overige facturen |
4.161 |
4.514 |
4.460 |
4.460 |
|
Winstuitkering |
450 |
450 |
450 |
450 |
|
Opgenomen lening |
18.000 |
17.000 |
12.000 |
5.000 |
|
Totaal inkomsten |
111.512 |
106.117 |
99.534 |
93.499 |
|
Uitgaande kasstroom |
|||||
Salarissen |
27.203 |
27.163 |
27.090 |
27.090 |
|
Grondexploitatie, aankopen |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Grondexpl., overige uitgaven |
692 |
3.455 |
572 |
2.362 |
|
Aflossing/rente leningen (lang) |
3.572 |
4.422 |
5.022 |
5.272 |
|
Overige uitgaven |
59.284 |
53.609 |
56.975 |
55.323 |
|
Investeringsplan |
17.628 |
21.560 |
7.006 |
4.630 |
|
Totaal uitgaven |
108.379 |
110.209 |
96.665 |
94.677 |
|
Geprognostiseerd eindsaldo 31-12 |
10.230 |
6.138 |
9.007 |
7.829 |
|